#75 Scott Tennent – Slint’s Spiderland (1991)

Context bij een Geweldig Album

Spiderland van Slint is zo’n album dat iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber toch eens gehoord moet hebben. Eind jaren tachtig begon een piepjong viertal met het schrijven van nieuwe muziek. Het album dat uit deze sessies voortvloeide laat nu, dertig jaar later, nog steeds zijn sporen na. Met hun album initieerden ze genres die de namen post-rock, post-hardcore, mathrock en slowcore kregen en vele bands hebben geprobeerd om in de voetsporen van Slint te treden, met wisselend succes.

Het album kwam redelijk vroeg op mijn pad tijdens mijn reis door de wondere wereld van de moderne muziek en ik had direct door dat dit album iets heel bijzonders was. Het echte kwartje viel echter wat later, tijdens mijn studie, en sindsdien prijkt het album in de hogere regionen van mijn top10. Het album heeft een bijna mythische status, niet alleen omdat de muziek zelf volledig uniek is, maar ook vanwege het feit dat dit nog zulke jonge gastjes waren toen ze dit invloedrijke album opnamen en vanwege het feit dat voordat het album goed en wel gereleased was en ze het album live konden spelen, de band uit elkaar viel. De vier leden zouden uitwaaieren naar nieuwe muzikale projecten, waarvan er ook een heel aantal heel erg goed zijn, maar er is in dertig jaar niets voorbijgekomen dat op Spiderland lijkt.

Het ontstaan

In het boek uit de 33 1/3 reeks (een reeks waar ik vaker over wil gaan schrijven), geschreven door Scott Tennent, lezen we over hoe de vier muzikanten elkaar via vele omwegen vonden, hoe hun eerste album Tweez tot stand kwam en hoe ze daarna (na een wisseling van bassist) een waar meesterwerk uit hun mouw schudden. Drummer Britt Walford, gitarist Brian McMahan, gitarist David Pajo en bassist Todd Brashear (die enkel meespeelt op Spiderland, op Tweez was Ethan Buckler de bassist) begonnen al op heel jonge leeftijd met muziek maken en optreden.

En dat telkens in andere formaties, waarvan Squirrel Bait (Brian McMahan en Britt Walford, hoewel die laatste alleen in de begindagen van de partij was) en Maurice (David Pajo en Britt Walford) de meest in het oog springende acts waren. Squirrel Bait speelde hardcore met flinke tempowisselingen en stond in het voorprogramma van onder meer Hüsker Dü en Big Black. Maurice zat meer aan de metalkant, en stond onder meer in het voorprogramma van Glenn Danzigs Samhain. Walford en Pajo gingen steeds meer experimenteren met hun geluid en dreven steeds verder weg van het originele geluid van Maurice. Dit leidde tot onbegrip en onvrede bij de overige bandleden. In 1986 splitsten Walford en Pajo zich af en vormden ze samen met McMahan en Buckler Slint.

Steve Albini

Ik moet zeggen dat dit eerste deel van het boek af en toe best verwarrend is, met al die wisselingen van bands en bandleden en door de vele verschillende muzikanten die aan het woord komen. Wat de lezer echter bijblijft is het feit dat de jongens die later Slint zouden vormen al op vroege leeftijd bezig waren met het spelen van muziek, het ontwikkelen van een eigen geluid en daar ook best wat succes mee oogsten.

Slints eerste album (de bandnaam komt van de naam van één van Walfords vissen) Tweez werd geproduceerd door Steve Albini, die toen nog niet zo lang produceerde, maar die inmiddels toch wel een heel aantal meesterwerken op zijn naam heeft staan. Ik heb dit album dus zelf nooit gehoord (na berichten dat dit album in de verste verte niet op Spiderland lijkt), maar wat ik begrijp uit het verhaal dat Tennent optekent, is dat op dit debuut een combinatie van jeugdige grappen en grollen aan de ene kant en experimenteerdrift aan de andere kant te horen is.

Toewijding

Het is vrij bizar hoe vanuit het jeugdig klinkende Tweez een album als Spiderland geboren werd, dat zo ontzettend volwassen klinkt voor een band waarvan de leden nog amper de twintig jaar waren gepasseerd. De bandleden studeerden in verschillende steden en konden eigenlijk alleen tijdens vakanties repeteren, maar vanaf het moment dat de vier (Buckler was toen al vervangen door Brashear) besloten om zich volledig te richten op Slint, was de muziek voor Spiderland nog het enige waar ze zich mee bezig hielden.

In vier maanden tijd, met dagelijkse repetities van zes tot acht uur per dag, werkten ze aan vier nummers die op Spiderland zouden verschijnen. Ze konden dagen doen over één noot, over hoe akkoorden aangeslagen dienden te worden, over hoe de verschillende secties elkaar moesten opvolgen en het is leuk om te lezen hoe iedereen zijn bijdrage had aan het geheel. Dit was duidelijk mijn favoriete deel uit het boek, de toewijding waarmee Slint in die vier maanden aan de muziek werkte is echt wel indrukwekkend.

Leerzaam

De laatste twee liedjes van Spiderland werden kort voor de opnames pas geschreven en ook de teksten, die door McMahan geschreven werden, lazen de bandleden pas kort voor de opnames. In heel korte tijd, en zo natuurlijk mogelijk, zonder toeters en bellen (in tegenstelling tot Tweez) werd het album opgenomen. Het viertal speelde nog enkele shows, maar vlak voordat het album daadwerkelijk uitkwam verliet McMahan de band en viel Slint uit elkaar.

In het boek is een heel hoofdstuk gewijd aan de bijzondere technische kenmerken van dit album en dit is wel echt heel leerzaam, zeker als je, zoals ik, normaal vooral gefocust bent op het emotionele effect en de sfeer van een album. Tennent laat heel goed zien hoe juist bepaalde technische keuzes, en hoe deze keuzes telkens heel mooi samenvallen met de teksten, dat enorme emotionele effect bewerkstelligen. Ik luister tegenwoordig regelmatig naar een podcast genaamd Switched on Pop, over de technische keuzes achter popliedjes, en heel vaak denk ik: het lijkt me sterk dat liedjesschrijvers zo diep na hebben gedacht over dit ogenschijnlijk simpele liedje, maar bij Slint geloof ik heilig dat helemaal niets aan het toeval is overgelaten. Iedere noot, iedere manier van spelen, iedere opbouw, ieder woord heeft een functie, over alles is heel lang nagedacht en gediscussieerd.

Mijlpaal

Voor mij bestaat Spiderland uit zes nummers die overkomen als zes korte verhalen met een enorme spanningsopbouw. Ieder lied weet telkens op een andere manier de menselijke ervaring te belichten, weet je ook op jezelf terug te werpen, omdat er een bepaalde confronterende ongemakkelijkheid uitgaat van de composities die je steeds weer op het verkeerde been zetten. Voor mij heeft het luisteren naar Spiderland hetzelfde effect als het kijken naar een goede psychologische thriller of horror en ik ken echt geen enkel album dat een soortgelijk effect heeft. Door het lezen van dit boek begrijp ik veel beter hoe dit album nu werkelijk in elkaar zit en hoe ieder klein elementje bijdraagt aan de grootse uitwerking die dit album op mij heeft.

Al met al is dit echt wel een tof boek vol leerzame en / of grappige weetjes rond deze band. Geweldig om te lezen hoe een samenspel van neurotische doelgerichtheid en stom toeval uiteindelijk hebben geleid tot een mijlpaal in de muzikale geschiedenis. Ik ben Spiderland nog meer gaan waarderen nu ik het verhaal rond deze band ken en heb het idee dat ik – doordat ik de achtergrond van het album nu ken – het album zelf nog beter op waarde kan schatten. Ik kan overigens ook de documentaire Breadcrumb Trail aanraden over het maken van Spiderland. Samen met dit boek geeft de film een heel stuk context bij dit geweldige album dat voor mij altijd omgeven is geweest door een zweem van mysterie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.